Na 40 jaar aan het begin van de Keizersgracht te hebben gewoond, hebben Kees en Joke de oversteek gemaakt naar de overkant. Ze wonen nu in een gerieflijk appartement met een groot balkon en uitzicht op Eye en IJ. En in de verte op de ronde Lutherse kerk aan het Singel, ze houden hun oude buurt goed in de gaten.

Al in de jaren zestig woonde Kees in de Binnen Wieringenstraat, vandaar verhuisde hij begin jaren zeventig, toen hij Joke leerde kennen, naar de Brouwersgracht en midden jaren zeventig naar de kop van de Keizersgracht. Kees en Joke waren jarenlang actief in de buurt. Lees hier hun verhaal.

“Er was een behoorlijk verschil tussen de straatjes en de grachten. In de Binnen Wieringenstraat was veel bedrijvigheid, er waren kleine bedrijfjes, winkels en kroegen. Een groot deel van de woningen viel nog onder het CBH, bestemd voor mensen met een kleine beurs. Er woonden heel veel zeer verschillende mensen. Je zag toen ook nog regelmatig dronken mensen op straat. Veel huizen waren er slecht aan toe, ze moesten gestut worden om niet om te vallen."

Kees is inmiddels gepensioneerd, hij was dagbladuitgever, Joke was onder andere maatschappelijk werkster en jarenlang betrokken bij de zorg voor kinderen die doof, slechthorend of een taal-spraak probleem hadden. Kees vertelt graag over de geschiedenis van de buurt. Hij kwam al bij café Papeneiland toen tante Marie er nog de baas was, voor de tijd van Henny en Thiel.  Bij café De Schippersvriend van Dirkje Hoede in de Binnen Vissersstraat kwamen vooral oude mensen. Op de Brouwersgracht, op de plek van de Belhamel, zat nog een ouderwets koffiehuis waar ze ook heerlijke gehaktballen serveerden. Coffeeshops waren er nog niet.

Op de grachten waren nog veel naaiateliers. Het waren de nadagen van de eens zo bloeiende confectie-industrie. Kees herinnert zich nog een hoedenatelier. Bij hem aan de overkant van de Brouwersgracht zat nog het Marionettentheater.
Langzaam veranderde de buurt. De echt arme mensen zag je steeds minder, er kwamen meer artistieke types wonen. Ton en Dobs van Dijk begonnen galerie Petit. De witte voet op de Brouwersgracht van Annemie Boissevain was een galerie voor keramiek. Het nieuwe huis van Kees en Joke hangt vol kunst; er staan nog veel schilderijen en tekeningen in de gang tegen de muur, te wachten op een mooi plekje.

Engelse beleggers kochten eind jaren zeventig als eerste de pakhuizen op om ze te verbouwen tot appartementen. Gezinnen met kinderen vertrokken steeds vaker uit de stad. De achterblijvers hadden onderling veel contact met name door de kinderen die op scholen in de buurt zaten.

Joke typeert de buurt als volgt: “Er heerst een warme dorpse betrokkenheid, maar toch kun je er ook wonen in een zekere anonimiteit. Ik heb me er altijd heel erg thuis gevoeld.”

Kees en Joke hebben jarenlang een belangrijke rol gespeeld in hun onmiddellijke omgeving. Ze organiseerden samen met buren een jaarlijks burenetentje, ieder jaar in een ander huis en met name het samenzijn aan het eind van Koninginnedag op de stoep voor Keizersgracht 9 was een bekend fenomeen. Men was goed op de hoogte van elkaars wel en wee.

Kees was er als de eerste bij om in de pen te klimmen als er iets geregeld moest worden. Hij schreef brieven als er een boom gekapt moest worden of juist moest blijven staan. Kees weet de weg binnen de lokale overheid. Over dat contact met de gemeente zegt hij: “Als je ze eenmaal te pakken hebt werken ambtenaren heel goed mee. Er kan heel veel geregeld worden, we worden heel behoorlijk bestuurd. Buurtbewoners moeten zich echt vaker laten horen op inspraakavonden. Je moet je goed informeren en dat is niet altijd gemakkelijk. Veel informatie op de gemeentelijke websites zit diep verborgen, regels zijn vaak ingewikkeld. Maar wil je tegen een ingreep protesteren dan moet je wel goed weten hoe de plannen in elkaar steken. Je moet de bestemmingsplannen bekijken en tijdig aan de bel trekken.”

Kees zag er niet tegenop om in pyjama op de brug te gaan staan om nachtelijke bootjeseigenaren te sommeren hun muziek uit te zetten. “Waternet moet handhaven, maar was veel te laks. Als je dan ter plekke de juiste instantie belt, gebeurt er ook iets.”