Hier komt de zon – Kees van Beijnum

Maart 2026

Als de zon komt ben je al bijna aan het einde van deze dikke pil en het afscheid van de jeugd van Kees. Hij is dan een vroegtijdige schoolverlater die het Beatlesnummer heeft verstopt in de jukebox van zijn moeders café tussen Corrie en de Rekels en andere smartlappen. In deze heerlijke, autobiografische roman schetst Kees ons zijn coming-of-age verhaal in het Amsterdam van de jaren vijftig, zestig en zeventig in een omgeving van veel sociaal ongemak. Zijn vader sterft als Kees nog jong is en zijn moeder gaat voortdurend aan de zwier met foute mannen waar ze niet vanaf kan blijven, maar Kees blijft in haar geloven en hopen op haar aandacht en liefde. Die symbiotische relatie met zijn moeder levert pijnlijke momenten op. Gelukkig is daar zijn ‘rooie’ grootvader, een zorgzame schim op de achtergrond die graag een biljartje legt en die het heeft afgelegd tegen de bedillerige grootmoeder van Kees. De naamloze zus van Kees blijft in het verhaal op de achtergrond; voor Kees rest er dus niets dan liefde voor honden – en ook daar loopt het niet goed mee af. Pas aan het einde van het boek, als Kees zich losmaakt uit zijn lethargie en zijn moeders dictaten, breekt de zon door. Los van Landsmeer en zijn troosteloze bestaan in zijn moeders hotel op de Wallen geeft de dienstplicht bevrijding.

Voor ons als babyboomers was dit boek een feest van herkenning, herkenbaar en invoelbaar. De pogingen van Kees’ moeder om de armoede en de sociale klasse te ontstijgen, de Wederopbouw, de ‘alternatieve’ leraren, voetbal, het verval van de Wallen in de jaren ’70 als de heroïne de buurt overneemt, Van Beijnum beschrijft het in sfeervolle schetsen en rake typeringen van de tijd, de buurten waarin hij opgroeit, maar vooral van de mensen die hij ontmoet. Sommigen van ons vonden dat er weinig ontwikkeling zat in de hoofdpersoon, maar daar was niet iedereen het mee eens. De beklemming van de sociale klasse waar hij uit komt en waar hij van zijn moeder bovenuit moet stijgen, zijn wanhopige wens om zijn moeders liefde te winnen zonder te weten wat hij met zichzelf en zijn leven aan moet, vaak is het ontroerend. Deze autobiografische roman is ‘van binnenuit’ beschreven zonder veel bespiegelingen: een boek dat lekker wegleest, een aanrader.

Anneloes



Moet dwalen - Charlotte Mutsaers

Februari 2026

Verdwalen in een enorm bos in de Jura in Frankrijk. Daarmee begint Moet dwalen, het laatste boek van de Charlotte Mutsaers (1942) winnares van de PC Hooftprijs in 2010.

Een merkwaardig boek met veel meningen dat de lezer voor raadsels stelt. Een mislukt boek, zonder eind. De hoofdpersoon, Isodorus Witlamm von Waldorf (Isi) lijkt verdwaald in zijn eigen leven. Zijn echte grote liefde is die voor de rivier de Doubt, op zich een origineel gegeven, maar de rivier is tijdens de dwaaltocht opgedroogd en grotendeels verdwenen. Zijn geliefde Fleur is een blok aan zijn been, ze kibbelen wat af. Isi is ronduit onaardig tegen haar, kwetst haar en beledigt de hoofddocent vrouwenstudies. Dan loopt hij een aantrekkelijke Fransman tegen het lijf die in het bos woont. Er ontstaat een merkwaardige homo-erotische relatie met deze Elan, maar de heren maken op kinderlijke wijze ruzie als ze gaan wandelen en gaan elk huns weegs.

Charlotte Mutsaers schrijft met prachtige zinnen, rijk aan verwijzingen naar de Oudheid en vol moeilijke woorden. Soms wordt het ets te bloemrijk en leidt de taal af van de inhoud. Moet dwalen is in veel opzichten een merkwaardig boek, wat ons betreft: mooi geschreven, maar een mislukking.

Wilco



Vacht! van Cobi van Baars

januari 2026 

Komkom Knotje! De hoofdpersoon van Vacht!, archivaris Eline, is een grijze muis die niet erg populair is bij haar collega’s en een grote voorliefde heeft voor het woelen in de vacht van schapen. Dat levert soms amusante, maar ook wel eens irritante gebeurtenissen op, waarin Eline zich dan eens stoïcijns afzijdig van het kantoorleven houdt, dan weer zich door haar fantasie op hol laat staan. Eline kon als sociaal gemankeerde eenling wel op onze sympathie rekenen, al gedraagt zij zich vreemd. Jammer genoeg blijft de beschrijving van haar collega’s oppervlakkig en karikaturaal. Van Baars voelt langzaam de spanning op doordat Eline verstrikt raakt in haar eigen leugentjes om bestwil, maar helaas blijft een echte ontknoping uit. We waren daarom niet erg enthousiast over het boek, waarbij sommigen zich erg stoorden aan de overdreven bloemrijke taal met misplaatste metaforen. Maar als je van schapen knuffelen of moestuin tuinieren houdt, biedt Vacht! je wel een aardig verhaal.

Anneloes