februari 2026 op bezoek bij Leesclbu VI

‘Volgens mij is de sleutel het belangrijkste motief in Dius. Dius houdt zijn hartsgeheimen achter slot en grendel en Anton moet de sleutels vinden. Dit is een boek over vriendschap, pijn, intimiteit en vertedering!’

Spreekster zit strategisch aan het hoofd van de tafel. Haar opgetogen blik rust beurtelings op ieder van ons. Ondertussen deelt ze haar inzichten, van enthousiasme bijna struikelend over haar woorden. Op een klein spiekbriefje staan haar belangrijkste vondsten, maar een veelvoud daarvan zit in haar hoofd, en alles wil er nu uit. De auteur heeft haar overvloedig van munitie heeft voorzien: het jongste boek van de Vlaming Stefan Hertmans zit tjokvol betekenis. Deze lezeres pakte de handschoen op, steeg als een elegante amazone te paard en zette met haar meute jachthonden de achtervolging in op de betekenis van dit boek.

De andere deelnemers van deze leesclub reageren met respect en herkenning. Een jachtpartij is misschien niet ieders manier van lezen, maar elke lezer ontdekt bijzondere zaken en heeft daarvoor zijn eigen manieren. De een vraagt aandacht voor typisch Vlaamse uitdrukkingen (‘een klad duiven – nooit van gehoord!’), een ander heeft alle muziekreferenties nagelopen en beluisterd. Weer iemand anders wijst op een diepere, Christelijke betekenislaag.

In dit boek zijn de hoofdpersonen Anton en Dius, aan het begin van het verhaal, rond de dertig en de twintig. Ze kunnen niet méér van elkaar verschillen en ook dat prikkelt onze duidingsdrift. Zijn zij elkaars tegengestelden? Is Anton, de wat aarzelende, volgzame kunsthistoricus, een ziener? En is de tien jaar jongere Dius, wild, woest en doorlopend gewond, de schepper – misschien zelfs wel de Schepper, een god, Deus? En wat brengt Dius ertoe Antons vriendschap zo directief op te eisen? En zijn zij dat ook weer op het boekomslag, die scherpgesnavelde arend en daar vlakbij die ineengedoken reiger? Deze vogels heeft Hertmans ontleend aan het schilderij ‘Jonge ridder in een landschap’ (1510) van Vittore Carpaccio, een werk dat op meer punten in het boek grote betekenis krijgt. Voor zijn opleiding aan de kunstacademie had Dius een herinterpretatie van dit schilderij gemaakt – de examinator sabelde het werk neer als ‘reliporno’ en Dius was daarna niet meer welkom op zijn opleiding.


Ook in dit examenkunstwerk toonde Dius zich al geobsedeerd door het ‘incarnaat’: de meest levensechte weergave van vlees met een mengsel van witte en rode verf, in de renaissance bezongen door Vasari. Het incarnaat is ook een sleutelbegrip in dit boek, maar als een van ons groepje lezers dit vervolgens in verband brengt met de incarnatie in Christelijke betekenis, dus het Woord dat vlees wordt, alias de menswording van Christus, wordt hij onverbiddellijk teruggefloten door zijn medelezers: ‘Nee, het gaat niet om incarnatie, dat woord staat nergens!’ Zou het? Het is maar een klein stapje van incarnaat naar incarnatie. Het lijkt erop dat Hertmans bewust begrippen en woorden zó selecteert, dat nabijgelegen begrippen als het ware worden meegesmokkeld: dat is nu eenmaal zijn spel als schrijver. Maar als je in dit goedgebekte gezelschap tegengas wil geven, moet je dat omzichtig doen. Voorbereiden dus, bij voorkeur met een puntig betoogje. 

Het gesprek waaiert alle kanten uit. Waar zijn we eigenlijk op uit? Een integrale lezing van het boek? Zodat we het op weg naar huis in een boekkastje kunnen wegzetten onder het motto ‘klaar en afgehandeld’? Of vegen we onze kreten en interpretaties op een hoopje ongeregeld en is dat de opbrengst? Dit is precies een van de intrigerendste eigenschappen van leesclubs. Er is geen moderator en evenmin een uitgesproken leesdoel. Er zijn alleen persoonlijkheden en indrukken, een ongestructureerd soepje dus. En laat dit nu net de charmante ziel van de leesclub zijn.

Als het enthousiaste gekrakeel geleidelijk in volume afneemt en de deelnemers zich weer herinneren wat ze die middag nog meer doen moesten, rest het gezelschap nog één opgave: selectie van het volgende boek. Waar voor de boekbespreking ruimschoots tijd was, lijkt de selectie er iets meer doorheengejast te worden, onder het vrolijk heffen van glazen en wegknabbelen van de hapjes die ineens zijn verschenen. Opletten dus. Zie je graag je eigen minderheidsstandpunt gehonoreerd, dan moet je vooraf extra werk verzetten. Nog een spits betoogje dan maar en anders geef je je gewoon over aan het lot.

Tja, waarop zou de keuze die middag gevallen zijn: nonfictie zoals iemand voorstelde, met een handvol interessante titels? Of toch een roman? Raad maar, je weet het wel! Maar erg vond niemand dat. De charme van de leesclub zit niet in de keuze van het boek, het is de uitwisseling van alles en nog wat tussen de deelnemers die de leesclub zo waardevol maakt.

 

Stadsdorp 7 kent diverse leesclubs. De hier besproken leesclub heeft onlangs twee leden verloren en staat open voor nieuwe deelnemers.

Onze actieve leeskringen, 2026:
Leeskring A'dam
Leeskring NU
Leeskring IV
De lezers sturen regelmatig leesverslagen naar de website.

Koosje Sierman

.